Intervisie is een beproefd en -mits goed begeleid- een populair concept om problemen uit de dagelijkse werkpraktijk te onderzoeken. Het leidt tot concrete en praktische uitkomsten met persoonlijke feedback van en aan elkaar. Intervisie kan flexibel worden toegespitst op de wensen en aard van elke groep. Verschillende gespreksmodellen worden ingezet, ieder met een eigen dynamiek. Neem contact met ons op voor de mogelijkheden.

 

Waar komt intervisie vandaan?

  • jaren 50:                Japanse kwaliteitskringen, gestructureerd werkoverleg waarin knelpunten worden besproken
  • jaren 60:                opkomst organisatie ontwikkeling en groepsdynamica, ontwikkeling van probleemoplossende methoden
  • jaren 70:                collegiale consultatie (in de gezondheidszorg), een vorm van overleg tussen mensen uit verschillende beroepen die werkzaam zijn ten dienste van dezelfde groepen uit de bevolking
  • jaren 80:                helpend gesprek (in het onderwijs), door het stellen van vragen het denken van de probleeminbrenger over zijn probleem stimuleren
  • nu:                             leren in het werk, door hectiek van alledag meer behoefte aan structuur om met collega’s ervaringen en problemen in het werk uit te wisselen.

Wat is het precies?

  • onderlinge advisering t.a.v. werkproblemen
  • met collega’s uit je eigen of uit een andere organisatie,
  • een leergroep bestaande uit gelijken, niet met je baas of ondergeschikte
  • gestructureerd kijken naar situaties, problemen, vraagstukken uit de eigen praktijk, en bedenken van oplossingen
  • durven kijken naar het effect van eigen gedrag, beslissingen en aanpakken
  • met of zonder speciale intervisie methoden
  • ervaringen uitwisselen, maar eventueel ook oefenen van vaardigheden en nieuwe situatie
  • op vrijwillige basis, met mensen die je aanspreken
  • leren van elkaars werkproblemen
  • met of zonder intervisiebegeleider
  • regelmatig bij elkaar komen
  • een ervaringsgericht leerproces, waarin ieder verantwoordelijk is voor zowel zijn eigen leerproces als dat van de ander
  • Door het werken in vaste groepen groeit de onderlinge vertrouwdheid en diepgang tussen de leden. De ervaring leert dat de onderlinge band ook na afronding van de intervisie vaak blijft bestaan.
  • We werken in drie groepen van vijf of vier deelnemers.

Voor welke doelen kun je intervisie inzetten?

  • Inhoudelijke uitwisseling en ideeën genereren
  • Toekomstverkenningen en luisterend oor
  • Beslissingen nemen
  • Reflecteren op situaties die zich hebben voorgedaan en op eigen gedrag
  • Situaties en eigen gedrag oefenen

Leercyclus

Bij intervisie gaat het om een autonoom, ervarings gericht leerproces, met als doel greep krijgen op de eigen situatie. De leercyclus in een intervisie proces kent de volgende fasen:

  • het ervaren
  • het ordenen van de gegevens uit de ervaringen
  • het vergelijken met eerdere verworven inzichten en belevingen
  • het opnemen in het kennisbestand
  • het afleiden van conclusies voor nieuw handelen

Basis structuur

Voor intervisie bestaan verschillende methodieken. In al die methodieken zit een basis structuur, die bestaat uit:

  • formuleren van het probleem of vraagstuk
  • oriënteren op – en analyseren van het probleem
  • formuleren van mogelijke oplossingen of adviezen

Wat levert het op?

  • Reflectie (persoon leert reflecteren op eigen gedrag, persoon vergroot inzicht in eigen gedrag en effect daarvan in verschillende situaties, persoon vergroot inzicht in gedrag van anderen)
  • Vinden van oplossingen en richtingen (persoon heeft mogelijkheid om oplossingen en richtingen te vinden voor vraagstukken uit de dagelijkse praktijk)
  • Vaardigheden ontwikkelen (persoon ontwikkelt vaardigheden die nodig zijn om situaties uit het werk beter op te pakken)
  • Anderen ondersteunen (persoon kan eigen verhaal kwijt en leert een luisterend oor te zijn voor anderen)

Voor wie

Intervisie is een prima methode als je:

…..ervan houdt om met anderen over je werk en vraagstukken/problemen te praten

…..bereid bent om kritisch naar jezelf te kijken naar je eigen functioneren

…..bereid bent om mee te denken over vraagstukken/problemen van anderen

…..tijd vrijmaakt voor je ontwikkeling, ook als je het druk hebt in je werk

…..het leuk vind om met een (vaste) groep regelmatig bij elkaar te komen om te werken aan je ontwikkeling

…..de afspraken die je met elkaar als groep maakt nakomt

Basisregels intervisie

  • Wat besproken wordt, blijft binnen de groep
  • Iedereen is bereid om kritisch te kijken naar eigen gedrag in werksituaties
  • Iedereen is benieuwd naar ervaringen en oplossingen van anderen
  • Er wordt ondersteuning geboden, geen oordelen
  • Er is aandacht voor wat goed gaat
  • Iedereen heeft recht op tijd (is geen plicht)
  • Wees je eigen leider. Je kiest zelf wat je naar voren wil brengen over wat je denkt, voelt en wilt. Je kiest ook zelf wat wel en niet ter sprake komt.
  • Respect voor elkaar

Basisgespreksregels

  • Actief luisteren naar de inhoud, samenvatten wat de ander zegt en laten merken dat je aandachtig luistert (hmhm, ja ja en geïnteresseerde houding),
  • Doorvragen, geen genoegen nemen met een eerste antwoord op je vraag. Doorvragen met open vragen levert vaak waardevolle informatie op
  • Actief luisteren naar emoties, proberen te begrijpen wat de ander je echt vertelt. Geef de ander terug wat je ziet, merkt, hoort. (bijv: ik krijg de indruk dat het lastig voor je is)
  • Stiltes respecteren en er meer mee doen. (wanneer je wacht als iemand een stilte laat vallen, zul je merken dat hij vaak zelf het woord weer neemt en verder tot de kern komt van wat hij eigenlijk wil vertellen).
  • Elkaar non-verbaal waarnemen
  • Niet interpreteren wat de ander zegt, vragen om verduidelijking
  • Met IK spreken

Werkvormen

Het is nuttig om tijdens een intervisie een bepaalde structuur te hebben. Dit is beter dan discussies in het wilde weg. De volgende drie werkvormen brengen die structuur aan. Ze nemen elk ongeveer een uur in beslag. De vijfstappenmethode is een standaardmethode om te praten over een probleem. De roddelmethode en de clinic zijn wat speelser en prikkelend: ze doorbreken het normale groepsproces. Elke vorm begint met een vraagstelling van de ‘inbrenger’. Een dergelijke vraag zou als volgt kunnen luiden: “Ik vind het moeilijk om nee te zeggen tegen die collega die steeds met verzoeken bij me komt. Hoe los ik dit op?”

De vijfstappenmethode

  1. De vraagintroductie. De organisator van de intervisiebijeenkomst introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
  2. Probleemverkenning.  De groepsleden verkennen de vraag door vragen te stellen en af en toe samen te vatten.
  3. Degroepsleden proberen de kern van het probleem te formuleren.
  4. Adviesronde: elk groepslid formuleert tenminste een advies voor de organisator, die hierop reageert: welke adviezen spreken aan en welke niet.
  5. Evaluatie: De organisator evalueert het hele proces.

De roddelmethode

Bij deze methode moet de inbrenger toezien hoe de anderen over hem ‘roddelen’. Hij mag zich niet mengen in het gesprek.

  1. Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
  2. De groepsleden proberen meer duidelijkheid over het probleem te krijgen door gerichte vragen te stellen.
  3. De vragensteller gaat buiten de kring zitten en mag zich niet bemoeien met het gesprek. Hij of zij luistert aandachtig en maakt aantekeningen over wat hij waarneemt. De groepsleden roddelen met elkaar over de achtergronden van de vraag, de mogelijke oorzaken en oplossingen.
  4. De vraagsteller komt terug in de groep en vertelt hoe hij het ervaren heeft om langs de lijn te zitten. Wat heeft hem of haar geraakt? Is hij het eens met het gegeven advies?
  5. Evaluatie: Inbrenger en groepsleden kijken samen terug op het proces.

De clinicmethode

De clinic is een soort rollenspel. De inbrenger demonstreert de probleemsituatie die hij of zij vaak tegenkomt. Dit doet hij of zij door de verschillende rollen van de probleemsituatie zelf te spelen. Vervolgens krijgen de groepsleden de kans om de rol van de inbrenger te spelen om hem zo alternatieve houdingen te laten zien.

  1. Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
  2. Demonstratie: De inbrenger demonstreert de situatie door te switchen tussen twee of meer stoelen (op elke stoel speelt hij een andere rol uit de situatie). De groepsleden krijgen zo een beeld van het probleem.
  3. Alternatieven proberen: De andere groepsleden krijgen de gelegenheid om ‘op de stoel te gaan zitten’ van de inbrenger. Ze mogen daarbij een andere houding aannemen dan die van de inbrenger. Bijvoorbeeld: als de inbrenger heel terughoudend of verlegen was, mogen zij een meer zelfverzekerde houding aannemen.
  4. Na elk ‘scène’ geeft de inbrenger aan of de aanpak hem of haar aanspreekt.
  5. Tijdens de laatste scène kiest de inbrenger van de alternatieve aanpakken degene die haar het meest aanspreekt en speelt deze regie-aanwijzingen zelf uit.
  6. Evaluatie: De groepsleden kijken terug op wat er besproken is.

De turbo-adviesronde

Dit is nuttig in wat grotere groepen. Want hoe groter de groep, des te meer adviezen krijgt de vragensteller. Deze stelt zijn vraag (een vraag van praktische aard, dus niet over een persoonlijke kwestie). Vervolgens schrijven alle groepsleden hun adviezen op een papiertje en geven deze door aan de vragensteller. Als iedereen klaar is, leest deze alle adviezen voor.