Trots, liefde en rancune als kompas

Wat de familie nodig heeft interfereert met wat het bedrijf nodig heeft en natuurlijk wat de aandeelhouders (doorgaans vader en kinderen) nodig hebben: zicht op continuïteit van het eigendom en salaris en dividenduitkeringen tot in de verre toekomst.

Zoals Marijke, operationeel directeur, die (“ik heb het te druk”) sporadisch deelnam aan het directieoverleg en nauwelijks tijd had om zich in te lezen. Het familiebedrijf liep onlangs een belangrijke fusiemogelijkheid mis en valt nu – door het gebrek aan externe financieringsmogelijkheden- onder toezicht van ‘Bijzonder Beheer’ bij de bank. Marijke ziet het als de schuld van haar vader die “toch zijn zin doordrukt” waardoor ze steeds, zoals ze het zelf zegt ‘zijn puin loopt op te ruimen’. De situatie leidde tot onrust onder het personeel en een verlamming van het bestuur met grote gevolgen voor de motivatie, innovatie en groei.

Stap 3: Wat de familie nodig heeft

Tijdens onze eerste gesprekken bleek dat Marijke door een privé-conflict met haar ouders niet meer bij hen thuis kwam en zich ook zakelijk meer van haar vader isoleerde. Trots en angst voor afwijzing weerhield hen beide de eerste stap te zetten naar herstel van de banden. Maar ook het onvermogen om gevoelens toe te staan en te benoemen. Op mijn vraag aan vader wat hij graag zou willen welden de tranen in hem op. Dit gesprek ging opeens niet meer over het bedrijf maar over verlangen. Bij Marijke bleef het stil met de uitspraak: ‘dit hoofdstuk heb ik afgesloten’.

Wat de familie nodig had was liefde, wat het elkaar bood was rancune en trots. Rancune, trots en gestolde liefde als kompas voor het familiebedrijf.