De dramadriehoek

De Amerikaanse psycholoog Steven Karpman heeft vanuit de transactionele analyse een analysemodel ontwikkeld dat ons:

  • inzicht verschaft in hoe wij ons soms ‘gegijzeld’ kunnen voelen in de communicatie met de ander;
  • leert hoe we uit die gijzeling kunnen ontsnappen door het respectvol stellen van grenzen, empathie te tonen en gevraagde zorg te bieden.

Karpman beschrijft een ‘gijzelingsdrama’ van drie ‘rollen’ die mensen onbewust aannemen: de rol van redder, slachtoffer en aanklager.
Iedereen kan deze rollen aannemen! Eric Berne, de grondlegger van de Transactionele analyse, noemt dit het onbewuste ‘spel’ dat men dan speelt (‘games people play’). De nederlandstalige versie van zijn basiswerk heeft de veelzeggende titel ‘Mens erger je niet!’

De dramadriehoek is een spel van onmacht en afhankelijkheid. Kenmerkend is dat het slachtoffer niet echt gered wil worden en dat de drie rollen elkaar onbewust vasthouden in een negatief emotioneel ‘spel’.

Het slachtoffer roept “help”, de redder wil redden, de aanklager beschuldigt dat het niet goed gaat. De belangrijkste (en pijnlijke) kenmerken van gijzelingsgedrag in de Dramadriehoek zijn:

  1. er is geen contact. Mensen in de dramadriehoek zijn opgesloten in hun eigen spel en vergeten de dialoog met anderen aan te gaan
  2. het is onbewust, eigen emoties en default-reacties uit je kindertijd hebben de leiding, het Volwassen denken (adequaat regaren op wat er in het hier en nu gebeurt) is uitgeschakeld
  3. er is sprake van miskenning: de Aanklager miskent dat de fles ook halfvol is, de Redder miskent het vermogenden de ander om zelf problemen op te lossen en het Slachtoffer miskent zijn vermogen om zich kwetsbaar op te stellen en passende verantwoordelijkheid te nemen
  4. we kunnen in een gesprek elke rol aannemen om uiteindelijk terug te keren in onze ‘favoriete rol’ die voor iedereen verschilt.

Toelichting op de rollen

De REDDER staat altijd klaar staat voor de ander en geeft gevraagd en ongevraagd advies of neemt het probleem over en lost het op voor de ander. Dat kan bemoeierig worden ervaren. De redder ontleent status en identiteit aan het feit dat zij/hij nodig is. De redder zorgt er onbewust voor dat door haar/zijn hulp de ander afhankelijk blijft.

Wie goed oplet kan de Redder betrappen op het aanpraten van een probleem bij de ander, zodat hij weer nodig is. De herkenbare basis-emotie van de redder is euforie, zeg maar de kick iets voor een ander te hebben betekend.

Het SLACHTOFFER is degene die zich machteloos en afhankelijk opstelt. Het slachtoffer gelooft niet in zijn eigen kracht en neemt geen verantwoordelijkheid. Het slachtoffer roept op verschillende manieren: ‘help, help, ik kan het niet, ik heb je nodig.’ Doorgaans subtieler natuurlijk: ‘nu ben ik in verwarring…’. Het slachtoffer klaagt en jammert, eist. Het is de macht van de onmacht, want er komt altijd wel een Redder voor hem in beweging. Omstandigheden zijn vaak leidend voor zijn gedrag, het slachtoffer ontleent daaraan een zekere onschuld.

Het slachtoffer zal reddingspogingen uiteindelijk vakkundig om zeep helpen. Gered worden zou immers betekenen zelf passende verantwoordelijkheid moeten nemen en dat is juist wat het slachtoffer vermijdt. Het slachtoffer heeft graag aandacht. De herkenbare basisemotie van het slachtoffer is doorgaans depressie of radeloosheid.

Organisaties en teams kennen het slachtoffer ook in de vorm van een (onschuldige) toeschouwer die eveneens geen passende verantwoordelijkheid neemt.

De AANKLAGER is degene die graag de schuld bij de ander legt. Die erop uit is de ander te ‘pakken op de zwakke plek’. Woede is de motor. De woede kan zich richten op zowel de redder als slachtoffer. Of op een medeaanklager. De basisemotie van de aanklager is boosheid met zinnen zoals: zie je wat je doet!!! De aanklager organiseert daarmee een sfeer van onveiligheid waardoor mensen stilvallen of willen helpen. Dat is precies de gijzeling waar de Aankllager onbewust op aanstuurt.

Nogmaals: de spelers spelen dit ‘spel’ onbewust en houden elkaar vast in machteloosheid en afhankelijkheid. Niemand wordt er beter van en het ‘spel’ is buitengewoon groeibelemmerend. Kunst is hieruit te blijven, dat is moeilijk, want je bent je er meestal pas van bewust als het al gebeurd is.
Maar het is mogelijk door je altijd te realiseren dat jij een volwassen mens bent met een eigen verantwoordelijkheid en een wereld aan mogelijkheden. Dat zal je helpen de verschillende rollen in conflictsituaties te herkennen, jouw stap in de dramadriehoek sneller te detecteren en er ook weer uit te stappen.

Herkenning

Aanklager (KO) (beschuldigend):

Op zoek naar een reden om te klagen, het deugt niet snel, de persoonlijke stijl is die van de Kritische Ouder.

  • “Het is jouw schuld”
  • Is boos, soms verontwaardigd dat het weer niet lukt door anderen of omstandigheden
  • Steekt de beschuldigende vinger in iemands richting…
  • ‘Verkrachtertje’
  • “Kijk eens wat je me hebt aangedaan”
  • “Als jij er niet was geweest….”
  • Roddelen om anderen in eenkwaad daglicht te stellen

Redder (VO) (arrogant):

Een redder is vergelijkbaar met een rij-instructeur die zelf alsmaar achter het stuur blijft zitten, en hulpelooshoudende hulp biedt. Zijn persoonlijke stijl is de Voedende Ouder.

  • “Als ik het niet doe…”
  • “Ik wil allleen maar helpen”
  • “Ik ben toch verantwoordelijk?”
  • ‘psychiatertje’ spelen
  • ik zal eens laten zien hoe goed ik ben
  • archeologie 

Slachtoffer (AK) (neemt geen passende verantwoordelijkheid):

Een slachtoffer is iemand die in het water valt en doet alsof hij niet kan zwemmen, de persoonlijke stijl is die van het aangepaste kind.

  • Houten been (ik kan echt inet anders)
  • “Help me alsjeblieft, zeg me wat moet doen”
  • “Dat overkomt mij nou altijd”
  • ““Ik kan er niks aan doen”
  • arme ik
  • “raden maar (ik weet het echt niet!!)”
  • “mijn naam is haas”
  • “ik ook”

We zijn snel verleid om in één van deze drie rollen stappen. Vaak voelen we ons er slechter door maar we blijven het toch doen. In de TA wordt dat vervelende gevoel met een knipoog ‘je favoriete rotgevoel’ genoemd. Je weet dat het niet goed voor je is en toch blijf je het doen.

Gijzeling in de dramadriehoek

Een lastig neveneffect is dat we elkaar verleiden om in de dramadriehoek te stappen, dat heet ‘gijzelen’. Redders hebben slachtoffers nodig en andersom. Aanklagen helpt dan soms om iemand in die rol te helpen stappen. Zo creëren we met onze eigen ineffectieve gedrag een gevangenis voor elkaar in relaties en samenwerking: de dramadriehoek.

De winnaarsdriehoek

Hoe blijven we uit de dramadriehoek? Een goede manier om uit de Dramadriehoek te ontsnappen of ervoor te zorgen dat je er niet in terecht komt, is je te richten op de Winnaarsdriehoek.

De drie rollen in de winnaarsdriehoek zijn wezenlijk ánders van karakter dan die van de dramadriehoek:

ASSERTIEF

  • Grenzen stellen
  • Glasheldere feedback
  • Afspraken maken
  • Onverwachte reactie geven (“ben je nu bezig om…?”)
  • realistisch zijn

(In TA veelvuldig gebruik van ‘V’ en ‘KO)

KWETSBAAR / EMPATHISCH

  • Aandacht
  • schakelbak 1,2,3,4
  • positieve aandacht
  • zeg wat je waardeert,

(In TA vooral gebruik van ‘V’ en ‘VO+’)

KWETSBAAR

  • Geef aan wat je nodig hebt,
  • informeer de ander wat je stoort
  • sta stil bij wat je voelt, denkt en doet,
  • neem passende verantwoordelijkheid

Ten slotte nog enkele tips om uit de dramadriehoek te blijven. Dat doe je door hem te signaleren, op te letten wat en hoe je zelf iets zegt, op te letten wat en hoe iets gezegd wordt en te beginnen met Volwassen vragen te stellen en Volwassen antwoorden te geven. (Hoofdletter V wil zeggen Volwassen zoals bedoeld in de TA: adequaat reagerend op het hier en nu)

En verder

  • Laat je niet uitnodigen tot dit rollenspel, ga na wat de ander echt wil en/of behoefte aan heeft en reageer hier volwassen op.
  • Reageer positief en stimuleer ieder zijn verantwoordelijkheid te nemen!
  • Spendeer geen tijd aan roddelen of “ tactisch” gedrag, maar aan hetgeen je bereiken wil.
  • Overdrijf niet over jezelf, dit lokt de ander uit.
  • Doe geen dingen voor iemand die dat best zelf kan.
  • Wees eerlijk tegenover de ander in je uitingen.
  • Heb respect voor de ander en spreek mensen aan op hun gedrag en niet op de persoon als het een negatieve eigenschap betreft.
  • zorg voor het juiste adres, spreek rechtstreeks met betrokkenen.

NB: Bedenk daarbij steeds:   Jij bent oké en ook hij/zij is oké! Elke variant hierop is een miskenning die jouzelf of een ander belemmert in zijn groei!

Bron:

  • Transactionele Analyse in Nederland deel I, Inleidingen, Kouwenhoven 5e druk 1996
  • Transactionele Analyse in Nederland deel III, Sociale en bedrijfsmatige toepassingen, Kouwenhoven 1987
  • Transactionele analyse, Het handboek, Ian Stewart & Vann Jones 2003